Verscholen tussen tropisch droog bos en berglandschap in het landelijke Barichara in Colombia staat Casa La Palmita als een discrete aanwezigheid in het terrein. De woning werd ontworpen voor een digital nomad en fervent klimmer die een vaste plek zocht tussen zijn reizen door. Het project vertrekt vanuit een duidelijke leesbaarheid: een huis dat zich aanpast aan de topografie, gebouwd met lokale technieken en materialen, en gericht op een leven dat zich grotendeels buiten afspeelt. De omliggende natuur is voortdurend zichtbaar en bepaalt het ritme van het dagelijkse gebruik.
Achter het ontwerp staat de Colombiaanse architect Natalia Rey, afkomstig uit Bogotá en oprichtster van haar eigen bureau. Samen met haar team en lokale vakmensen realiseert ze verschillende projecten in en rond Barichara, een regio waar herbebossing en kleinschalige koffieproductie het landschap mee vormgeven. Rey werkt vanuit een sterke aandacht voor plaatsgebonden bouwen en onderzoekt hoe traditionele methodes opnieuw relevant kunnen worden in een hedendaagse context. Haar praktijk wordt gekenmerkt door samenwerking met ambachtslieden uit de omgeving en door een nauwgezette studie van materialen, klimaat en terrein. 
De constructie vertrekt vanuit de traditionele bahareque-techniek, waarbij een houten structuur wordt opgevuld met riet en afgewerkt met aardpleister.
Het programma van Casa La Palmita is compact en afgestemd op de leefgewoonten van de bewoner. Een slaapkamer met ensuite badkamer geeft uit op een buitendouche waarin een gerestaureerd bad staat, met zicht op de nachtelijke hemel. Daarnaast omvat de woning een kleine keuken met bergruimte, een studio en een tweede toilet. Alle ruimtes worden verbonden door een open hal in de vorm van een houten dek dat langs de boomtoppen loopt en plaats biedt voor rustige activiteiten zoals yoga. Vanaf het terras, dat de woning volledig omringt, openen zich vergezichten op de Serranía de los Yariguíes.
De constructie vertrekt vanuit de traditionele bahareque-techniek, waarbij een houten structuur wordt opgevuld met riet en afgewerkt met aardpleister. Voor muren en dak werden onder meer hout, dakpannen en aarde gebruikt die afkomstig zijn van een eerder gebouw op het perceel. De aarde voor de pleisters werd rechtstreeks op het terrein gevonden. Omdat voor het schrijnwerk en het dek nieuw hout nodig was, engageerde de eigenaar zich om honderd bomen te planten en te onderhouden. Zes basismaterialen blijven zichtbaar in hun natuurlijke staat: steen, aarde, hout, riet, ijzer en beton.
Water speelt een centrale rol in het ontwerp. Het perceel wordt doorkruist door ondergrondse waterlopen die uitmonden in een nabijgelegen beek en uiteindelijk in de Paramera-waterval. Om deze stromen te vrijwaren, werd de woning op palen geplaatst, waardoor de impact op de bodem beperkt blijft. Regenwater wordt opgevangen voor hergebruik en ter ondersteuning van ecologisch herstel, terwijl een biologisch filtersysteem het afvalwater zuivert voordat het terug in de grond sijpelt. Binnen zorgen natuurlijke pleisters en lokaal vervaardigd meubilair voor een tactiele sfeer die aansluit bij het karakter van het huis: een verblijf dat voortkomt uit zijn omgeving en er blijvend mee verbonden blijft.
Photography by Jan Kaiser
Text by Carolien Depamelaere